|
De meest bekende manier om solitaire/wilde bijen in de tuin of het balkon een onderkomen te bieden is waarschijnlijk een bijenhotel of bijenblok. Dat is
eenvoudigweg een blok hout, een 'plak' boomstam of iets dergelijks waarin gaten zijn geboord. De diameter kan variëren tussen 1 en 12 mm, maar de nadruk
kan het best gelegd worden op gaatjes met een diameter tussen 3 en 8 mm. Het meest geschikte hout is Europees hardhout zoals Robinia, Kastanje en Eik.
Uiteraard van duurzaam beheerd bos, anders ben je in je tuin dieren aan het helpen terwijl je ze uit zicht hun habitat van ze ontneemt... Hardhout is het
meest geschikte hout omdat het onbewerkt het langst mee gaat in de buitenlucht, maar ook omdat de geboorde gaatjes een gladdere binnenwand hebben. De gaatjes
kunnen zo diep gemaakt worden als de boor lang is, maar moeten niet door het hout heen gaan. Verder is er niet echt een maximale diepte, bijen maken een
achterwandje en als de gang te diep is doen ze dat wat eerder. Mijn eerste bijenblok maakte ik van hout dat ik van de toenmalige man van mijn moeder kreeg, afkomstig van het dak van een ingestorte dansschool in Deventer en eerst lange tijd gebruikt als boekenkast. Ik heb er destijds in ieder geval gaatjes van 3, 6 en 8 mm in geboord. Bijenblokken moeten altijd op de zonnigste plaatsen worden opgehangen. Dat was toen een wand van het balkon van ons toenmalige appartement in de binnenstad van Nijmegen wat helaas alleen wat avondzon kreeg. Desondanks werd het blok toch na een week of twee al door een kleine bijensoort gevonden welke in een paar van de 3 mm gaatjes nestelde. Het bijtje had opvallende gele markeringen op het gezicht en gecombineerd met de grootte en de manier waarop de nestgangen werden afgesloten (met een huid-achtig laagje) kon ik vaststellen dat het een lid van de familie Maskerbijen (Hylaeus) moest zijn. Helaas maar één foto van dat bijtje. Ik hoop in de toekomst betere te kunnen maken. De meest algemene bijensoort in Nederland is de Roze Metselbij (Osmia rufa). Deze bijen vliegen van april tot juni. Toen mijn eerste bijenblok met ons mee verhuisde naar Beek Ubbergen en een plekje aan de zonnige garagemuur in onze tuin kreeg werd het snel door deze bijensoort gevonden. Andere bijen die ik heb zien nestelen zijn de Gehoornde Metselbij (Osmia cornuta) en de Tronkenbij (Heriades Truncorum). Andere insectensoorten dan bijen maken ook gebruik van de blokken. Zo komen er ook snel prachtige parasitaire Goudwespen langs en heb ik ook geel-zwarte plooivleugelwespen zien nestelen (mogelijk muurwespen van het geslacht Ancistrocerus).   
  
  
![]() Een andere mogelijkheid om bijen en wespen nestgelegenheid te bieden is door bundeltjes holle takken op te hangen. Ik heb Braam en Vliertakken gebruikt. Beide bevatten een kern van een soort schuim, maar dat kan door bijen zelf weg worden gehaald. Ik heb de takken in stukken van ongeveer 20 cm lengte geknipt en gebundeld aan de garagemuur gehangen (zie ook een foto aan de rechterkant). Helaas tot nu toe (december 2010) nog geen bewoners anders dan spinnetjes en oorwormen geconstateerd. Een leemwand maken is wat meer werk, maar kan weer heel andere soorten in de tuin brengen. Ik heb zelf een appelkrat met leem gevuld, die leem goed aangedrukt en de krat op z'n kant gezet. Ik heb wel eens gelezen dat je de leem moet laten drogen, maar dat heb ik niet gedaan. Eenmaal op z'n kant heb ik de bovenkant van de krat voorzien van wat dakbedekkingsmateriaal om het leem zo droog mogelijk te houden. In het eerste jaar gebeurde er, ondanks de aanwezigheid van foeragerende Gewone Sachembijen (Anthophora plumipes) welke graag in verticale leemwanden nestelen, niets. Op advies van bijen-expert Ivo Raemakers heb ik toen, net als hij bij zijn eigen leemwanden had gedaan, gaten voorgeboord met een diameter van 10 mm. In het voorjaar van 2010 heb ik de eerste nestelende Sachembijen kunnen bekijken. Her en der gewoon wat dood hout laten liggen trekt ook al de nodige insecten aan. In dood hout leven al snel larven van kevers waar dan weer sluipwespen op af komen. Er liggen en staan verschillende boomstammetjes in onze tuin en op één ervan heb ik eens een prachtige kleine sluipwesp kunnen filmen en fotograferen terwijl ze met haar lange legboor eitjes in het rottende hout afzette (zie bijvoorbeeld de eerste onderstaande foto). Ik vind het fascinerend hoe dat allemaal werkt. Dat sluipwespen de larven binnen in het hout kunnen 'ruiken' met hun antennes en hoe ze vervolgens de legboor door het hout wrikken om een eitje precies op zo'n larve te leggen. Een grote sluipwesp met de naam Dolichomitus imperator kan dit ook prachtig laten zien. Ik heb deze indrukwekkende sluipwesp (20 tot 30 mm, zónder de nog langere legboor!) een aantal keer gezien, maar helaas nog nooit het eileggen. Dolichomitus imperator zoekt bij voorkeur op liggend Eikenhout naar larven van prachtkevers. Het reukvermogen ligt, zoals gezegd, in de antennes waarmee de vrouwtjes het hout dan ook constant aftasten. Als er een larve gevonden wordt worden de antennes recht naast elkaar gelegd en de legboor er tussenin gezet. Dan wordt de schede van de legboor naar achteren geklapt en wordt de legboor, die uit drie delen bestaat, in het hout gewrikt door twee delen afwisselend steeds iets verder in het hout te duwen. Wanneer de larve is bereikt duwt het vrouwtje een eitje door de legboor. Het eitje wordt in de dunne legboor samengedrukt en springt bij het verlaten ervan terug in de oorspronkelijke vorm. De keverlarve blijft leven terwijl de larve van Dolichomitus imperator er van eet. Uiteindelijk spint te keverlarve een cocon om te verpoppen, maar in plaats van een prachtkever komt er dan een sluipwesp uit. De wesp op de onderstaande eerste foto leek zich overeenkomstig te gedragen. Een filmpje dat ik maakte is hier in de videos sectie.
  
Verder is het natuurlijk belangrijk om bijen en wespen voedselbronnen voor zichzelf en hun larven te bieden. Daarvoor is natuurlijk nectar en stuifmeel nodig. Ook indirect, want bloemen lokken ook andere insecten en spinnen welke soms als voedselbron voor wespen dienen. Het is het beste om te zorgen dat er van het begin van de lente tot het einde van de zomer bloeiende planten aanwezig zijn. Verder hebben inheemse planten de voorkeur boven gecultiveerde soorten omdat inheemse planten al lange tijd relaties hebben kunnen ontwikkelen met inheemse dieren.   
  
  
![]() Meer foto's van bijen en wespen zijn te vinden op de speciale pagina's daarvoor in de foto's sectie. |
![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() ![]() |